Waar mag je rijden met een e-step, scootmobiel, rolstoel, skeelers…?
Om welke voertuigen gaat het allemaal?
Onderscheid: mét en zonder motor
In de wegcode spreekt men over voortbewegingstoestellen om een categorie van voertuigen aan te duiden die heel divers is. Op de foto's hieronder zie je enkele voorbeelden, maar er zijn er nog veel meer. Je kan ze verdelen in 2 grote groepen: gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde en voortbewegingstoestellen.
Gemotoriseerde voertuigen



Zonder motor



In de wegcode definieert men deze categorie van "voortbewegingstoestellen" als
- Voertuigen mét motor die één of meer wielen hebben. En die een “door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km/u” hebben.
- Voertuigen zonder motor die door spierkracht wordt voortbewogen, maar zonder pedalen of handgrepen.
"Voortbewegingstoestellen" kennen we onder de vorm van een e-steps, gewone steps, rolstoelen, scootmobielen, skeelers, skateboards, rolschaatsen, loopfietsen, enz.
Elektrische fietsen, bakfietsen, fatbikes, bromfietsen, speedpedelecs of e-steps met een zadel behoren niet tot de categorie van de "voortbewegingstoestellen".
Welke verkeersregels moet je volgen met een e-step, skeelers, rolstoel,...?
1. Met e-steps en andere gemotoriseerde voertuigen
Bv. e-step, elektrische rolstoel, scootmobiel, monowheel of hoverboard.
- Met een gemotoriseerd voortbewegingstoestel moet je de regels voor fietsters volgen.

2. Met vervoermiddelen zonder motor
Bv. manuele rolstoel, gewone step, rolschaatsen, loopfiets, skateboard of skeelers.
Afhankelijk van je snelheid:
- Als je er stapvoets mee rijdt (max. 5 à 6 km/u, dat is heel traag!), moet je de regels voor voetgangers volgen.
- Als je er sneller dan stapvoets mee rijdt, moet je de regels voor fietsers volgen.

Als je de regels voor fietsers moet volgen (zoals met een e-step)?
1. Op welke plaats in het verkeer moet je rijden?
- Als er een fietspad of voorbehouden pad voor fietsers en voetgangers is, moet je daar rijden met je e-step, gemotoriseerd toestel of als je sneller dan stapvoets rijdt met een niet-gemotoriseerd toestel.
- Is er geen fietpad of voorbehouden pad, dan mag je op gelijkgrondse bermen of parkeerzones rijden (als het veilig kan), rechts in je rijrichting. Buiten de bebouwde kom mag je ook op verhoogde bermen of voetpaden rijden.
- Pas als die er ook niet zijn, mag je op de rijbaan rijden , maar altijd rechts in je rijrichting (zoals de fietsers).

E-steps en andere gemotoriseerde toestellen mogen nooit op het voetpad rijden!
2. Uitzondering voor elektrische rolstoel en scootmobiel
- Kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals personen met een verminderde mobiliteit worden extra beschermd. Voor hen geldt een uitzondering.
- Met een elektrische rolstoel of scootmobiel mag je wél op een voetpad rijden.
- Je moet er dan wel stapvoets mee rijden.

3. Waar moet je oversteken met een e-step?
- Aan de verkeerslichten voorfietsers.
- Gebruik een fietsoversteekplaats als die er is.
Blijf er heel voorzichtig en hou rekening met de bestuurders die komen aangereden, want zij hoeven niet te stoppen om je voorrang te verlenen als je nog niet begonnen bent met oversteken. Ze mogen je uiteraard niet in gevaar brengen en moeten je veilig over laten als je wel aan het oversteken bent.
- Als je de rijbaan oversteekt zonder lichten of oversteekplaats. Kijk dan goed uit, want datn moet je altijd voorrang verlenen aan bestuurders op de rijbaan.

Mag je al rijdend op een zebrapad oversteken met een e-step?
- Strikt gezien is het niet verboden. Maar je geniet geen voorrang. Bestuurders hoeven niet te stoppen om je over te laten.
- Je mag nooit voetgangers in gevaar brengen. Wees altijd dubbel voorzichtig in hun buurt. Het is veiliger om naast je e-step te stappen als er ook voetgangers op het zebrapad lopen.
- Tip: stap af en loop naast je e-step op het zebrapad, want dan word je gelijkgesteld met een voetganger. Andere bestuurders moeten je dan wel voorrang verlenen.
Als je de regels voor voetgangers moet volgen
Alleen als je voortbewegingstoestel geen motor heeft EN als je er stapvoets mee rijdt, mag je de regels voor voetgangers volgen. In praktijk is dat niet zo vaak het geval. Maar bijvoorbeeld wel als je je verplaatst met een handmatige rolstoel of als je een beginnende rolschaatser, skater of loopfietser bent (bv. jonge kinderen) en je snelheid niet sneller dan +/- 5 km/u is.
1. Waar moet je rijden?
- Je moet op het voetpad rijden als er een is. Of op het "voorbehouden pad voor voetgangers en fietsers".
- Als er geen voetpad is, gebruik je de verhoogde of gelijkgrondse berm (op voorwaarde dat je daar veilig kan rijden).
- Is er ook geen berm, maar wel een fietspad? Dan moet je daar rijden.
- Is er ook geen fietspad? Dan mag je links of eventueel rechts, als dat veiliger is, op de rijbaan rijden.

2. Waar moet je oversteken?
- Als er verkeerslichten zijn, volg je de lichten voor de voetgangers.
- Als er geen lichten zijn, maar wel een zebrapad binnen de 20 meter, moet je daar oversteken. Aankomende bestuurders moeten jou voorrang verlenen als je aan het oversteken bent of wil oversteken.
- Zijn er geen lichten of zebrapad, dan moet je de straat loodrecht oversteken. Denk eraan dat jij dan altijd voorrang moet verlenen aan bestuurders op de rijbaan.

7 Tips veilig onderweg
Ken je de regels in fietszones, voetgangerszones, woonerven,...?
Meer infoBronnen: wegcode art. 2.15.2, art. 2.14, art. 7bis, 23.3, 70.2.1.3°.f, 77.5
Update: 28.02.2025






