Header

Belangrijke verkeersborden fietsers

Fietsstraat

In een fietsstraat zijn fietsers de belangrijkste bestuurders, maar andere gemotoriseerde voertuigen mogen er ook rijden. Er gelden specifieke regels.

Fietsers

  • mogen over de hele breedte van de rijbaan rijden, als het een eenrichtingsstraat is
  • mogen de volledige rechterrijstrook/-helft innemen, als het om een straat met verkeer in beide richtingen gaat
  • mogen niet sneller dan 30 km/u rijden

Bestuurders van motorvoertuigen  

  • mogen een fietsstraat inrijden, maar mogen geen fietsers inhalen
  • mogen niet sneller dan 30 km/u rijden

Speedpedelecs

  • mogen in een fietsstraat rijden
  • mogen andere fietsers inhalen
  • mogen niet sneller dan 30 km/u rijden


Fietsers door het rood

B22 

De twee bovenstaande borden zijn enkel van toepassing voor fietsers.

Fietsers mogen

  • rechtsaf of rechtdoor rijden bij deze borden (naargelang de pijl) als het verkeerslicht op rood staat

Fietsers moeten

  • goed uitkijken
  • voorrang verlenen aan andere weggebruikers

Speedpedelecs

  • mogen niet door het rood als een van deze borden onder een verkeerslicht hangen


Uitgezonderd fietsers

Dit onderbord zie je vaak onder een verkeersbord dat een verboden richting aanduidt. Het wijst erop dat fietsers toch de verboden richting mogen inrijden.

Als je dit onderbord ziet, weet je dat in deze éénrichtingsstraat fietsers wel in beide richtingen mogen rijden.

Uitgezonderd plaatselijk verkeer

Wanneer in een straat enkel plaatselijk verkeer is toegelaten, mogen fietsers er ook altijd door.


Fietsers op de busstrook of bijzonder overrijdbare bedding

   

Een busstrook wordt afgescheiden op de rijbaan door een brede witte onderbroken streep, met in het vak het woord bus.

Een bijzonder overrijdbare bedding wordt afgebakend door een of twee doorlopende witte strepen. Ze is voorbehouden voor openbaar vervoer.

Fietsers

  • Mogen ook op de busstrook of de bijzonder overrijdbare bedding rijden als er een pictogram van een fiets mee is afgebeeld op het bord dat de busstrook of de bedding aanduidt of als het op een wit onderbord staat afgebeeld.


Fietsers in een voetgangerszone

   

Deze borden duiden het begin en einde van een voetgangerszone aan.

Fietsers mogen er rijden:

  • alleen als er ook een fiets is afgebeeld op het bord. Anders is fietsen er verboden. Fietsen kan beperkt zijn tussen bepaalde uren of op bepaalde dagen. In dat geval staan uren en/of dagen vermeld bij de fiets.

Maar...

  • ze moeten stapvoets rijden.
  • ze moeten voorrang verlenen aan voetgangers en zo nodig stoppen of afstappen als het te druk is.
  • ze mogen geen voetgangers in gevaar brengen of hinderen.

Wegen 'voorbehouden voor'

               

Deze borden duiden het begin en einde van een weg aan die is voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters (en tractoren F101 a en c).

  • Alleen de categorieën weggebruikers die erop staan afgebeeld, mogen er komen.
  • Voetgangers, fietsers, ruiters mogen de volledige breedte van de weg gebruiken (F99a en F99c).
  • Op het bord staat aangeduid welk deel van de weg bestemd is voor welke categorie weggebruikers (F99b)
  • De maximumsnelheid is 30 km/u.
  • De gebruikers van de weg mogen elkaar niet in gevaar brengen of hinderen.


Doodlopende straat met doorgang

Dit bord wijst op een doodlopende weg waar wel een doorgang voor fietsers en voetgangers is.


(Woon)erf

   

  • In een woonerf is het autoverkeer ondergeschikt aan het voetgangersverkeer.
  • De maximumsnelheid is 20 km/u, ook voor (elektrische) fietsers!


Speelstraat

  • Fietsers mogen door een speelstraat rijden, maar ze moeten stapvoets rijden en stoppen indien nodig, de doorgang vrij laten voor spelende voetgangers.
  • Fietsers mogen de voetgangers niet in gevaar brengen of hinderen.
  • Ze moeten extra voorzichtig zijn voor spelende kinderen.
  • Fietsers moeten indien nodig afstappen.


Fietsopstelvak

  • Fietsopstelvak zie je aan kruispunten met verkeerslichten.
  • Dienen om fietsers te laten voorsorteren. 
  • Fietsers moeten stoppen voor de eerste stopstreep, dichtst bij het kruispunt.
  • Andere bestuurders voor de tweede stopstreep dat het vak afbakent.
  • Als fietser positioneer je je naargelang de richting die je uit moet.

Tip: als er een vrachtwagen als eerste voertuig aan de stopstreep staat. Ga dan als fietser zo ver mogelijk naar voor in het vak staan. En maak oogcontact met de chauffeur. Want vóór de cabine van de vrachtwagen bevindt zich een grote dode hoek van een paar meter!

Deze website gebruikt cookies. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren en kan je niet weigeren als je deze site wil bezoeken. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden. Meer informatie