Header

Basisverkeersregels voor voortbewegingstoestellen

Met een voortbewegingstoestel volg je de basisregels voor voetgangers of fietsers, afhankelijk van je snelheid.

Niet sneller dan stapvoets: voetganger

Als je met een voortbewegingstoestel niet sneller dan stapvoets rijdt, moet je de regels voor voetgangers volgen. Je wordt niet als een bestuurder beschouwd.

Sneller dan stapvoets: fietser

Rij je wel sneller dan stapvoets, moet je de regels voor fietsers volgen. Dan word je beschouwd als een bestuurder.

Geen hinder of gevaar voor andere weggebruikers

Andere basisregels gaan over andere weggebruikers niet in gevaar brengen:

  • Als je een voortbewegingstoestel gebruikt, mag je andere weggebruikers niet hinderen of in gevaar brengen.
  • Je moet dubbel voorzichtig zijn als er kwetsbare verkeersdeelnemers zijn of als je hun aanwezigheid kan voorzien, bv. in een schoolomgeving. Je mag geen fietsers en voetgangers in gevaar brengen en zeker geen kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen, senioren of personen met een handicap.

Snelheid aanpassen

Als je met je voortbewegingstoestel sneller dan stapvoets rijdt, moet je je zoals alle andere bestuurders aan de algemene snelheidsregels houden. Dat betekent: geen anderen in gevaar brengen door je snelheid, je snelheid aanpassen aan het weer, aan de staat van de weg, aan de drukte van het verkeer, geen ongevallen veroorzaken of het verkeer hinderen door je snelheid, enzovoort. Je moet ook in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die je kunt voorzien.

Stapvoets: regels voor voetgangers

Waar moet je rijden?

Rij je stapvoets met je voortbewegingstoestel (maximaal 5 á 6 km/u)? Dan moet je op de volgende plaatsen rijden als die voorhanden zijn:

  • een trottoir
  • een voorbehouden pad voor voetgangers en fietsers
  • een verhoogde of gelijkgrondse “begaanbare” berm (term uit de wegcode, concreet: een berm waarop je veilig kunt rijden met je voortbewegingstoestel)

     

Trottoir                                                Voorbehouden pad                         Gelijkgrondse berm

Zijn er geen trottoirs, voorbehouden paden of begaanbare bermen? Dan rij je met je voortbewegingstoestel:

  • op het fietspad (wél voorrang verlenen aan de fietsers en bromfietsers)
  • links op de rijbaan (als er geen fietspad is)

Oversteken

  • Als er geen zebrapad is of het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten of een agent, dan moet je haaks oversteken (loodrecht) op de rijbaan, dus niet schuin. Naderende bestuurders moeten jou geen voorrang verlenen.
  • Als er op minder dan 20 meter een zebrapad is, moet je dat gebruiken om over te steken.
  • Bij een oversteekplaats met verkeerslichten, hou je rekening met de voetgangerslichten.
  • Regelt een agent het verkeer op een kruispunt, dan volg je zijn bevelen.

Sneller dan stapvoets: regels voor fietsers

Waar moet je rijden?

Rij je sneller dan stapvoets met je voortbewegingstoestel? Dan ben je zoals een fietser verplicht om op de volgende plaatsen te rijden:

  • Je moet het fietspad rechts in je rijrichting gebruiken.
  • Of het fietspad dat in jouw rijrichting is gesignaleerd met een bord.
  • Of het pad voorbehouden voor voetgangers en fietsers, dat aangeduid is met een verkeersbord.

    

Fietspad met wegmarkeringen           Fietspad met verkeersbord          Voorbehouden pad 

Is er geen fietspad of een ander voorbehouden pad, dan rij je

  • op de gelijkgrondse bermen en parkeerzones rechts in je rijrichting (buiten de bebouwde kom mag je ook op verhoogde bermen en trottoirs rechts in je rijrichting rijden, wel voorrang verlenen aan de andere weggebruikers die zich daar bevinden)
  • op de rijbaan, rechts in je rijrichting
  • op een busstrook of bijzondere overrijdbare bedding waar fietsers toegelaten zijn (aangeduid met een verkeersbord).

Oversteken

  • Als er een fietsoversteekplaats is, dan moet je die gebruiken. Je hebt er net zoals fietsers géén voorrang om over te steken! Je mag je slechts voorzichtig op de oversteekplaats begeven en je moet rekening houden met naderende voertuigen.

  • Steek je sneller dan stapvoets over op een zebrapad, dan hoeven andere bestuurders je geen voorrang te verlenen.
  • Steek je sneller dan stapvoets over bij verkeerslichten. Hou dan rekening met verkeerslichten voor fietsers.
  • Regelt een agent het verkeer op een kruispunt. Dan volg je de bevelen van de agent.

Met twee naast elkaar

Bestuurders van voortbewegingstoestellen die sneller dan stapvoets rijden, mogen op de rijbaan met twee naast elkaar rijden, behalve wanneer een tegenligger niet kan kruisen.

Buiten de bebouwde kom mag je ook met twee naast elkaar, maar moet je bijkomend ook achter elkaar rijden als er een voertuig langs achteren nadert.

Deze website gebruikt cookies. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren en kan je niet weigeren als je deze site wil bezoeken. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden. Meer informatie